Links  |  Info
 

Het blauwe shirt met ster


GVAV-Rapiditas is ontstaan uit een fusie tussen de voetbalvereniging GVAV en de atletiekclub Rapiditas. GVAV werd op 15 september 1915 oorspronkelijk opgericht als Unitas. Unitas kwam een aantal jaren uit voor de Groningse Voetbalbond (GVB) die een eigen competitie organiseerde. Toen de vereniging uit wilde komen voor de Nederlandse Voetbalbond (NVB) moest de naam veranderd worden. Omdat de leden in de winter aan voetbal deden en in de zomer aan atletiek, koos men voor de naam GVAV, de Groninger Voetbal en Atletiek Vereniging.
De atletiekvereniging Rapiditas werd op 6 oktober 1917 opgericht. De vereniging groeide snel en werd binnen enkele jaren een bekende vereniging in en buiten het Noorden.
Financieel gezien hadden beide verenigingen echter een moeilijk bestaan. Er was nauwelijks geld en met de grootste moeite konden de verenigingen het hoofd boven water houden. Op een gegeven moment was de situatie zo slecht, dat de leden van GVAV de handdoek in de ring wilden gooien. Onder de bezielende leiding van Menno Wierema werd er echter toch doorgezet en in 1920 begonnen de besturen van beide verenigingen voor het eerst serieus na te denken over een fusie tussen beide verenigingen.

Een nieuw begin
Een voorname rol in het hele gebeuren had Jac. Haccou, die vanwege zijn leeftijd en zijn vaderlijke optreden liefkozend Père Haccou werd genoemd. Haccou was vrijetijdsjournalist bij het Groninger Dagblad en voorzitter van de GVB. Hij was een groot voorstander van de openluchtsport en maakte zich sterk voor het plan om van de twee clubs één grote krachtige club te maken. Geen fusie dus, maar een nieuwe start. Om te komen tot een nieuwe vereniging was het noodzakelijk dat de oorspronkelijke verenigingen werden opgeheven. Er moest worden afgerekend met het verleden van de clubs en de nieuwe vereniging moest met een schone lei kunnen beginnen.
Op 12 januari 1921 vond er in Hotel De Unie op de Grote Markt een gecombineerde bestuursvergadering plaats, waarbij Haccou op de mogelijkheden van zijn plan wees. Hij wist de meerderheid van de bestuursleden voor zich te winnen. In de ledenvergaderingen van de beide clubs bleken de leden eveneens positief over het plan en beide besturen werden gemachtigd om tot opheffing van hun club over te gaan.
Op 26 januari 1921 vond er onder voorzitterschap van Haccou een gecombineerde ledenvergadering plaats in Huis De Beurs aan het Akerkhof, op de hoek van de Vismarkt. Onder luid applaus werd met algemene stemmen besloten tot de oprichting van de nieuwe vereniging, die de naam "GVAV-Rapiditas" kreeg. De datum van deze vergadering wordt algemeen beschouwd als de oprichtingsdatum van de vereniging.
De voetballers gingen spelen onder de naam GVAV en kwamen na de oprichting van de nieuwe vereniging uit in de derde klasse. Gesteund door een enthousiaste supportersschare ging de voetbalploeg op jacht naar het kampioenschap. Al in het eerste seizoen streed GVAV mee om de eerste plaats, maar moest uiteindelijk in Warffum zijn meerdere erkennen. In 1924 werd het kampioenschap wel behaald. In de beslissende wedstrijd werd Winschoten op het veld in het Stadspark met 2-0 verslagen. GVAV promoveerde naar de tweede klasse.
Het duurde twee seizoenen voordat GVAV ook aan de top van de tweede klasse stond en de weg omhoog kon vervolgen. Na een gewonnen beslissingswedstrijd tegen Bato (2-1) speelden de Groningers in de promotie-degradatiepoule tegen HSC en Sneek. In het beslissende duel tegen Sneek stond GVAV op eigen veld tot vier minuten voor tijd met 0-1 achter. Maar GVAV won alsnog met 2-1 en promoveerde het naar de eerste klasse.
In 1934 stond er een verhuizing op het programma. Vanaf de oprichting in 1921 tot de zomer van 1934 had GVAV haar wedstrijden op terrein II in het Stadspark gespeeld, samen met Velocitas, maar in de zomer van 1934 werd het Sportpark Oosterpark de nieuwe thuishaven. Onder de leden van GVAV was eigenlijk weinig animo voor deze verhuizing, want men vond dat de velden zo ver buiten de stad lagen. De verhuizing ging echter wel door.
Met ups en downs kon GVAV zich steeds handhaven in de eerste klasse. In 1935 werd voor de eerste keer de Groninger Dagbladbeker gewonnen en van 1938 tot en met 1943 werd deze beker maar liefst zes keer op rij gewonnen. Het hoogtepunt werd in 1940 bereikt, toen GVAV met 4-2 won van Heerenveen en daarmee het Noordelijk kampioenschap behaalde. Na de oorlog beleefde GVAV met een tweede plaats in de competitie in 1946 een fraaie wederopstanding. Tot het seizoen 1954-1955 bleef GVAV actief in de eerste klasse.

Betaald voetbal
Na de Tweede Wereldoorlog ging het snel bergafwaarts met het Nederlandse voetbal. Veel goede spelers kozen namelijk voor het geld en vertrokken naar het buitenland. De KNVB was fel gekant tegen betaald voetbal en de Nederlandse profvoetballers werden in de ban gedaan. Zij kwamen niet meer in aanmerking voor het Nederlands Elftal. De kwaliteit van het Nederlandse voetbal holde achteruit, en dat had ook zijn negatieve uitwerking op de publieke belangstelling. Het was duidelijk dat er iets moest gebeuren om de kwaliteit van het voetbal weer te verhogen, maar de KNVB weigerde vooralsnog mee te werken aan de professionalisering van het voetbal.
Het jaar 1954 was turbulent op voetbalgebied. Omdat de KNVB niks wilde weten van professioneel voetbal, ontstond er een tegenhanger van de KNVB: de zogenaamde Nederlandse Beroeps Voetbal Bond (NBVB). Hier betaalden de clubs de spelers wel vergoedingen. Al snel sloten steeds meer clubs aan bij deze nieuwe bond en was er een competitie mogelijk. De publieke belangstelling voor de wedstrijden van de NBVB was groot.
De KNVB dacht eerst bestand te zijn tegen deze ontwikkeling en hield steevast een pleidooi voor het amateurvoetbal, terwijl het algemeen bekend was dat ook daar spelers vergoedingen kregen. Langzaam drong ook bij de KNVB het besef door dat de bond vroeg of laat zou moeten toegeven aan de professionalisering van het voetbal. Dat gebeurde op 5 juli 1954: de KNVB besloot om over te gaan tot beroepsvoetbal.
In eerste instantie leidde dit tot een verwarrende situatie, zeker bij GVAV. Omdat de KNVB steeds had gepleit voor het behoud van het amateurvoetbal, had het GVAV-bestuur een bespreking georganiseerd in hotel Hofman in de Poelestraat met de spelers van de eerste selectie. Tijdens deze bespreking met de eerste selectie deed voorzitter Jan Hekman een dringend beroep op de spelers om de club GVAV trouw te blijven en niet te kiezen voor het geld van de andere bond. Uiteindelijk zegde het grootste gedeelte van de spelers toe niet over te zullen stappen. Veel spelers hadden weinig moeite met die beslissing, want dat waren GVAV'ers in hart en nieren, die niet om het betaalde voetbal hadden gevraagd en die de club niet in de steek wilden laten. Groot was dan ook de verbazing bij de spelers toen het ANP de volgende morgen bekend maakte dat de KNVB over ging tot betaald voetbal en dat GVAV bij de clubs behoorde die zich waagden aan het nieuwe avontuur.

Het seizoen 1954-1955
De eerste klasse van de KNVB werd in het seizoen 1954-1955 nog in de gebruikelijke vorm afgewerkt, met vier afdelingen van dertien clubs. De spelers werden nu echter betaald volgens een premiestelsel. Voor de spelers van GVAV betekende dat: een winstpartij leverde 12 gulden op, een gelijkspel 8 gulden en een verlies leverde toch nog 6 gulden op. Voor de training kregen de spelers 5 gulden.
Verder zouden de spelers een premie krijgen van 100 gulden voor het bereiken van de eerste vier aan het eind van de competitie. Aan het eind van dit seizoen zou een hoofdklasse gevormd gaan worden met daaronder drie regionale eerste klassen.
Deze competitie hield echter maar twee maanden stand. De KNVB kon niet langer om de andere bond NBVB heen en men besloot om de twee bonden te laten fuseren. Half november werd de competitie gestaakt en een week later ging de gefuseerde competitie van start met toevoeging van enkele 'nieuwe' clubs. De inzet van de competitie was nu de in 1955 nieuw te vormen twee hoofdklassen van elk achttien clubs en vervolgens één Eredivisie van eveneens achttien clubs.

Op naar de Eredivisie
GVAV werd ingedeeld in de afdeling C met Alkmaar '54, Blauw Wit, Haarlem, Enschedese Boys, Feyenoord, Hermes DVS, Rapid JC, Limburgia, NEC, NOAD, PSV, EBOH en Vitesse. De negen clubs die als hoogste eindigen waren verzekerd van een plaatsje in een van de twee hoofdklasses.
In het seizoen 1955-1956 werd GVAV ingedeeld in de hoofdklasse B met als tegenstanders: DFC, EDO, Rapid JC, SVV, Sittardia, PSV, MVV, SHS, BVV, Volewijckers, Emma, Willem II, Alkmaar, Enschede, Graafschap, Feyenoord en Elinkwijk. De acht clubs die als hoogste eindigden zouden rechtstreeks promoveren naar de Eredivisie. De nummer negen zou samen met de nummer negen van de andere hoofdklasse en de drie kampioenen van de eerste klasses in een nacompetitie strijden voor de resterende twee plaatsen in de Eredivisie.

Beslissingswedstrijd
GVAV presteerde het uiteindelijk om vierde te worden achter PSV, Rapid JC en Limburgia en streed het volgende seizoen als enige Noordelijke club mee voor een plaats in de Eredivisie. De afsluiting van het seizoen werd voor GVAV ongekend spannend. Op de laatste speeldag bleken GVAV en DFC precies evenveel punten te hebben verzameld voor plaats negen in de competitie en dus moest er een beslissingswedstrijd volgen. In deze wedstrijd ging het lange tijd gelijk op en de wedstrijd eindigde in reguliere speeltijd in 3-3. Er moest een verlenging komen, waarin het eerste gemaakte doelpunt beslissend was. Bij de allereerste aanval was het John de Grooth, die met een boogje via de paal de winst veilig stelde. Een enorme emotionele ontlading bij de GVAV-supporters was het gevolg, alsof de Eredivisie al was bereikt. Echter, GVAV was nu definitief negende geworden en zou in de nacompetitie een plaats in de Eredivisie moeten zien te verkrijgen.

Nacompetitie
In de nacompetitie speelde GVAV tegen NOAD, de nummer negen uit de hoofdklasse A en de drie kampioenen van de eerste klasses KFC, Hermes DVS en RCH. Aanvankelijk ging het matig en was het vooral NOAD die de dienst uitmaakte in de poule. Voor de tweede plaats kwamen de andere ploegen allemaal nog in aanmerking. GVAV kreeg echter een geweldige opleving door te winnen van koploper NOAD met maar liefst 5-1 en de winst in de uitwedstrijd tegen RCH. GVAV had nog een punt nodig in de allerlaatste thuiswedstrijd en door de 3-0 zege op Hermes DVS werd het doel uiteindelijk pas in de 42e wedstrijd van het seizoen bereikt: GVAV zat in de Eredivisie!

Stichting Betaald Voetbal GVAV
Ondanks het feit dat GVAV door de jaren heen op gemiddeld tien- tot elfduizend toeschouwers kon rekenen, bleek het bedrijven van betaald voetbal financieel gezien een moeilijke zaak. Het bleek niet mogelijk om kostendekkend te werken. De interesse van het bedrijfsleven was niet groot en ook de gemeente was niet van plan om geld in GVAV te steken. Sinds 1961 was er een commissie bezig om mogelijke reorganisatieplannen voor te bereiden. Na lang beraad bleken de gemeente en het bedrijfsleven onder bepaalde voorwaarden toch bereid om mee te werken om het betaalde voetbal in Groningen te behouden.
Medio 1963 werd de 'Stichting Betaald Voetbal GVAV' opgericht. In deze stichting waren de gemeente Groningen, het bedrijfsleven (de stichting Topsport Noord Nederland) en GVAV-Rapiditas elk voor driehonderdduizend gulden aandeelhouder. De inbreng van GVAV werd gedekt door het spelersarsenaal. Uiteindelijk kwam in 1967 de splitsing tot stand tussen enerzijds Stichting Betaald Voetbal GVAV en anderzijds de moedervereniging GVAV-Rapiditas, dat als amateurclub verder ging op het Van Starkenborghcomplex. In 1971 gaat GVAV verder als FC Groningen.
⇑ naar boven