Links  |  Info
 

De club van de wijk


'Ga je naar het dorp?' Dat zeiden de mensen tegen elkaar als ze bij het pontje over het Gorechtkanaal stonden. Van de naam 'Oosterpark' was toen nog geen sprake. De kleine maar zich snel ontwikkelende wijk heette toen nog 'Plan Oost'. Het was een gebied tussen de huidige Gorechtkade, het slachthuis aan het Damsterdiep en de Sint Franciscuskerk. Plan Oost groeide snel, er werden veel goedkope huizen gebouwd. Sociale woningbouw. Veel mensen vanachter de Veemarkt kwamen er. Bouwvakkers, betonvlechters, de mannen van het harde, ruige werk. Veel visboeren ook. En tevens werklozen, die nauwelijks huisvesting konden betalen.
Zo ontstond in Plan Oost een bevolkingsgroep die door velen in die tijd met de nek aangekeken werd en niet zelden 'schooiers en plebs' genoemd werden. Een aantal jaren later veranderde de naam van de wijk in 'Oosterparkwijk'. Vooral nadat er een vaste brug over het Gorechtkanaal en het Damsterdiep was gekomen, werd de toegankelijkheid van de wijk een stuk groter. De wijk groeide en bloeide, maar behield altijd het kenmerk van die typische arbeiderswijk.

Fusieclub
Gesport werd er ook, zij het eerst op kleine schaal en in nogal ongestructureerde vorm. Er ontstonden maar liefst drie voetbalclubs in de wijk: BRC, Groen-Wit en Oostelijke Boys. Op 18 mei 1945, net na de Tweede Wereldoorlog, fuseerden de drie clubs. De nieuwe fusieclub kreeg de naam Oosterparkers.
De fusie gaf een enorme impuls aan de club. De hele wijk ging achter de club staan. De eerste vier elftallen van Oosterparkers bleven net als BRC op het Sportpark Oosterpark voetballen. Het eerste elftal op het hoofdveld, de andere teams op het bijveld aan de kant van de Zaagmuldersweg. GVAV speelde op het bijveld aan de Parkzijde.
In de eerste jaren mocht de club volgens een gemeentelijke verordening zondags niet voor elf uur 's morgens op het Oosterpark voetballen. Men wilde niet dat de kerkgangers van de Sint Franciscuskerk last van ons hadden. De verordening wordt echter al snel weer ingetrokken.
De clubkleur van Oosterparkers werd groen-wit en dat had te maken met een toevallige omstandigheid. De toenmalige voorzitter Hovenkamp kreeg in de laatste weken van de oorlog een stel groene shirts en witte broeken van de Canadezen en daarin speelde het pas opgerichte Oosterparkers de eerste wedstrijden. Die kleuren zijn altijd gebleven en werden een duidelijk kenmerk van de club.

Het eerste elftal van Oosterparkers in 1946

Groei
De club groeide flink en ook met de prestaties ging het goed. Oosterparkers kreeg een extra veld aan de Oliemuldersweg, met een kleine tribune erbij. De club voetbalde ook op De Hoogte, waar nu het huidige VVK gevestigd is.
Op 5 december 1946 gaf Oosterparkers een 'echt' clubblad uit met op de voorpagina drie in elkaar gevouwen handen, waarop respectievelijk de namen BRC, Oostelijke Boys en Groen-Wit voorkomen. Op het eerste binnenblad stond een foto van het eerste elftal met oefenmeester Prins.
Onder leiding van G. Steenhuis, die zitting in de feestcommissie had, wordt op vrijdag 8 december 1946 een feestavond gehouden in de Harmonie. Op deze avond werd het bestuur van Oosterparkers, bij monde van de heer Ates als voorzitter van de supportersvereniging, een prachtige groen-witte vlag aangeboden als beloning voor de promotie van het eerste elftal naar de tweede klasse. In het clubblad van 1 april 1947 stond voor de eerste maal het clublied afgedrukt.

Glorietijd
In de glorietijd was Oosterparkers één van de grootste voetbalverenigingen van Nederland. De club had een hele grote jeugdafdeling en de club was financieel ook kerngezond. Oosterparkers kende veel befaamde namen. Wat te denken van Ali Kruger, Heiko Wolda, Henk Duitsch, de Bolhuizen, Klaas Snip, Gradus Fransen en Frans van der Heide.

Training op de Oliemuldersweg Een jeugdelftal op het terrein aan de Oliemuldersweg

In 1950 moest Oosterparkers, op één veld na, de terreinen aan de Oliemuldersweg verlaten. Voor de competitiewedstrijden kreeg Oosterparkers enkele terreinen op Kostverloren toegewezen. Een jaar later op 15 maart 1951 was er de eerste lichtwedstrijd in het Oosterpark tussen GVAV en Oosterparkers. De wedstrijd werd een groot succes voor de Oosterparkers, want er wordt gewonnen met 4-2. In het seizoen 1951-1952 speelde Oosterparkers een promotiewedstrijd tegen ZFC uit Zaandam. Het Oosterpark zat met 13.000 toeschouwers bomvol. Oosterparkers won de onderlinge confrontatie en promoveerde naar de eerste klasse.

Betaald voetbal
Ook Oosterparkers stortte zich in 1954 in het avontuur van het betaalde voetbal. Oosterparkers werd ingedeeld in de 2e divisie A van het betaalde voetbal der KNVB. De eerste wedstrijd in het Oosterpark werd gewonnen met 3-2 van Enschedese Boys. Maar dat het niet allemaal van een leien dakje ging, bleek later. Zo verloor Oosterparkers op 19 november in Zwolle na een 3-0 voorsprong met maar liefst 9-3 van PEC.

Een kaartje voor de Jongenstribune

Terug naar de amateurs
Lang hield Oosterparkers het niet vol in het betaalde voetbal. De beste spelers werden steeds weggekocht en de club raakte zijn identiteit een beetje kwijt. In het seizoen 1955-1956 werd ternauwernood een plaats in de eerste klasse behouden, maar een jaar later volgde toch de degradatie naar de tweede klasse. Uiteindelijk bleek de club niet levensvatbaar voor het betaalde voetbal en werd het besluit genomen terug te keren naar de amateurs. Als eerste van de stad-Groninger voetbalclubs. Later volgden ook Be Quick en Velocitas. GVAV bleef als enige betaald voetbalclub in de stad Groningen over.
Ook als amateurclub bleef Oosterparkers in het stadion Oosterpark voetballen. In de zeventiger jaren was Oosterparkers dicht bij het bereiken van de hoofdklasse, maar mede doordat uitblinkers Dick Nanninga (Veendam) en Henk Ebbinge (Heerenveen) de club verlieten, werd dat doel net niet behaald.

Verhuizing
Tot 1989 bleef Oosterparkers op het Oosterpark voetballen. Daarna verhuisde de club naar het Van Starkenborghcomplex. Daarmee kwam tevens een einde aan een jarenlange interne discussie om het stadion te verlaten. Voor het eerst in de geschiedenis van Oosterparkers voetbalden alle elftallen op één complex. Op het Van Starkenborghcomplex lag een prachtig hoofdveld, voorzien van een staantalud.
Tien jaar voetbalde Oosterparkers op de velden aan het Van Starkenborghkanaal. Daarna verhuisde de club noodgedwongen naar de velden bij het nieuwe recreatiegebied Kardinge, want de gemeente wilde koopwoningen laten bouwen op het Van Starkenborghcomplex. De gemeente liet voor drie miljoen gulden een grootschalig verenigingsgebouw bouwen op Kardinge, waar Oosterparkers wederom GVAV-Rapiditas als buurman kreeg.

Terugkeer naar de wijk
Nog steeds voetbalt Oosterparkers op Kardinge. Een beetje anoniem in de derde of vierde klasse. Maar thuis voelt de club zich nog steeds niet. De club keert het liefst weer terug naar de 'eigen' Oosterparkwijk en onderhandelt daar over met de gemeente.



Clublied: "Oosterparkers vooraan"
Door fusie saam aaneen gesmeed, Is onze club ontstaan.
De voetbalsport beoefenend, "Oosterparkers" is haar naam.
"Groen-Wit" zijn onze kleuren, Onze leuze zij "Sta Pal",
Voor nu en in de toekomst, "De Oosterparkers" boven al.

Refrein:
Wij zijn "De Oosterparkers", Altijd zijn wij Paraat,
Geen tegenstand hoe groot ook, Die ons teneder slaat.
Wij vechten saam en houden vol. Tot dat er schot in zit.
Wij zijn "De Oosterparkers", De jongens van "Groen-Wit".

En hebben wij wat tegenwind, Nooit iemand die verzaakt.
Wij houden steeds het doel voor oog, Wat ons eens groter maakt.
Wij allen, leden - donateurs, Met onze jeugd voorop,
Willen brengen "De Oosterparkers", Naar de hoogste voetbaltop.

Refrein:
Wij zijn "De Oosterparkers", Altijd zijn wij Paraat,
Geen tegenstand hoe groot ook, Die ons teneder slaat.
Wij vechten saam en houden vol. Tot dat er schot in zit.
Wij zijn "De Oosterparkers", De jongens van "Groen-Wit".

⇑ naar boven