Links  |  Info
 

Problemen na de oorlog


Net na de bevrijding hield BRC als zelfstandige vereniging op te bestaan. Op 18 mei 1945 werd op een vergadering in de kapperssalon van de heer Lanting aan de Hortensialaan de fusie tussen BRC, Oostelijke Boys en Groen-Wit namelijk een feit. De nieuwe fusieclub kreeg de naam Oosterparkers en speelde zijn thuiswedstrijden op de locatie van BRC, het Ooster-Sportpark.
Van de twintig goede speelvelden die Groningen voor de oorlog telde, waren er na de bevrijding nog maar vier vrijwel onbeschadigd en bespeelbaar. Tot die vier behoorden de drie velden van het Ooster-Sportpark en veld II aan de Noorderlaan waar Velocitas nog steeds voetbalde. De andere accommodaties bleken grotendeels gesloopt. Dit veroorzaakte aanzienlijke problemen.
Om de nog wel bespeelbare velden zoveel mogelijk te sparen, werd besloten te stoppen met scholierengebruik en trainingen door de clubs. Er mochten slechts twee voetbalwedstrijden en drie handbalwedstrijden per week op één veld worden gespeeld. In de jaren net na de oorlog werd er namelijk ook gehandbald op de bijvelden. Ook speelde toen al de wens om de weg tussen het hoofdveld en de twee bijvelden te sluiten voor alle verkeer om daarmee te voorkomen dat iedereen op de velden kon komen. Dit zou uiteindelijk pas in 1964 gebeuren.
De maatregelen om de velden te sparen bleken niet afdoende en zo besloot de gemeente Groningen begin april 1946 tot een drastische maatregel: alle velden werden gesloten om zodoende de nodige herstelwerkzaamheden te kunnen verrichten. Dit terwijl de voetbal- en handbalcompetitie nog in volle gang was. Dat besluit bracht uiteraard grote problemen met zich mee. Mede door de droge zomer bleek in september van dat jaar dat de velden niet noemenswaardig waren hersteld. Omdat de publieke belangstelling nog steeds groeiende was, moest in de laatste maanden van 1946 bij wedstrijden van enige betekenis toch weer regelmatig worden uitgeweken naar de Esserberg in Haren.

Spelmoment eerste elftal Oosterparkers (vlak na de oorlog)

Materiaalschaarste
Omdat de gemiddelde belangstelling voor belangrijke wedstrijden bleef stijgen (van 2000 in 1939 tot 4000 in 1946) moest er weer iets gebeuren aan het hoofdveld van het Ooster-Sportpark. Materialen voor het bouwen van nog een zittribune waren zo vlak na de oorlog niet te verkrijgen, zodat er werd besloten een afgedekte aarden staanwal te realiseren. De wal zou uit vijf stenen treden bestaan. De breedte van de treden moest dusdanig zijn dat er twee bezoekers per trede achter elkaar konden staan. Een aldus uitgevoerde tribune zou 6000 toeschouwers kunnen plaatsen. Dat bracht de totale capaciteit op 8000. Het plan kwam echter niet van de grond, mede omdat er onvoldoende materiaal kon worden geleverd.

10.000 plaatsen
Hoewel in 1947 de beoogde staantribune nog niet gerealiseerd was, gingen andere ontwikkelingen wel verder. Zo kwam er een elektronische klok boven de spelersingang en werd er een warmwatervoorziening voor de kleedkamers aangelegd. Als noodvoorziening werd eerst een houten staantribune gebouwd met een capaciteit van 1000 plaatsen. Meer zat er vanwege allerlei aanvoerproblemen voor dat jaar niet in. Maar dat veranderde drastisch in 1948. Er werden twee betonnen staantribunes gebouwd: één langs de lange zijde Zuid en één achter de twee doelen. De staantribune bestond uit dertien treden met een breed bovendek waar drie mensen achter elkaar konden staan, zodat voor het eerst van een stadionnetje gesproken kon worden. Daarmee breidde de capaciteit zich in één klap uit met 10.000 toeschouwers en kwam deze op een totaal van 14.724.


Verlichting
Naast de behoefte aan uitbreiding van de zittribune werd al een tijdje gesproken over een andere wens: het plaatsen van verlichting rond het veld om avondwedstrijden mogelijk te maken. Na veel overleg besloot het gemeentebestuur daartoe in 1950 over te gaan. Maar niet voordat nadrukkelijk was nagegaan of de dure verlichting voldoende exploitabel zou zijn. GVAV, Velocitas en het district Noord van de KNVB waren bereid per seizoen één lichtwedstrijd voor hun rekening te nemen, terwijl de afdeling Groningen van de KNVB voor twee lichtwedstrijden per seizoen garant stond. Dat alles voor de duur van tien jaren en op basis van een gebruiksvergoeding van 33,3% van de bruto recette.


De verlichting, destijds geldend als één der beste in Nederland, werd in 1951 ingewijd met een proefwedstrijd tussen GVAV en Oosterparkers, waarvan de baten ten goede kwamen aan het Internationaal Sportfestival Groningen 1951. Intussen was het hoofdveld verrijkt met een uitbreiding van de bestaande overdekte zittribune. Twee vleugels, waarin GVAV en Oosterparkers hun clublokalen inrichtten, completeerden de Noordzijde van het veld en brachten het totaal aan overdekte zitplaatsen op 2400. Het stadion werd tevens voorzien van een geluidsinstallatie.

Publieksrecord: 11.500
Op 6 mei 1951 trok de competitiewedstrijd Oosterparkers - Emmen maar liefst 11.014 toeschouwers, een nieuw record voor het Oosterpark. Dat de publieke belangstelling bleef groeien was vooral te danken aan de vereniging Oosterparkers, immens populair bij de steeds groeiende wijkbevolking. De vereniging die in 1945 was ontstaan uit een fusie tussen de verenigingen BRC, Groen-Wit en Oostelijke Boys, promoveerde in 1953 na een enerverende wedstrijd tegen ZFC en een 1-0 winst naar de eerste klasse van de KNVB. En alweer werd er een nieuw publieksrecord gevestigd: nu 11.500 toeschouwers.

Grote wedstrijden
Zo kwam het stadion steeds meer in de belangstelling. Het voetbalpubliek had definitief de gang naar het Oosterparkstadion gevonden. Er volgden interessante wedstrijden zoals Groningen - Bremen (uitslag 1-0), Noordelijk Elftal - Leeds United (2-4) in 1954 en de lichtwedstrijd Fortuna - Amsterdams Elftal. Bij landskampioen Fortuna speelden onder meer de bekende internationals Cor van der Hart en doelman Frans de Munck. Verder werd er een wedstrijd gespeeld tussen het Gronings Elftal tegen Sheffield United (3-3).
Maar ook andere sporten en festiviteiten lieten het Oosterparkstadion in die vroege jaren '50 volstromen. In 1951 de korfbalinterland Nederland - België, in 1953 een handbalwedstrijd tussen Nederland en Oostenrijk. Verder in 1952 het openluchtspel 'Dorp in opstand', in 1954 een optreden van het Joegoslavische danstheater, een jaar later VARA's zomerfeesten. Kortom: het Oosterparkstadion werd meer en meer een plek waar grote evenementen plaatsvonden.
⇑ naar boven